Koelkids Fanzone Fanshop Kaartverkoop Eredivisie live
Japanese website
RSS News Feed
vvvvenlo@Twitter

Jeu Sprengers

‘Jeu Sprengers Bestuurskamer’

VVV-Venlo eert oud-voorzitter en KNVB-voorzitter Jeu Sprengers
Op donderdag 4 december 2008, voor de wedstrijd tegen MVV, eerde VVV-Venlo postuum haar oud-voorzitter en oud-KNVB-voorzitter Jeu Sprengers met de officiële omdoping van de bestuurskamer in Seacon Stadion - De Koel - in de ‘Jeu Sprengers Bestuurskamer’. Dit vond plaats in het bijzijn van de kinderen en kleinkinderen van Jeu Sprengers, Michael van Praag, zijn opvolger als KNVB-voorzitter en Harry Been, secretaris-generaal, Frans Derks, voorzitter van de CED en andere genodigden.

Jeu Sprengers werd in 1977 bestuurslid van VVV en in 1979 werd hij penningmeester. In 1981 nam hij het voorzitterschap op zich. Bijna tien jaar bepaalde Jeu Sprengers het gezicht van VVV. Hij was voorzitter van 1981 tot 1990. De club kreeg landelijke bekendheid als de gezellige club en dat zeker ook door een van Jeu’s gevleugelde uitspraken: ‘Bij VVV is men pas in paniek als de bierkraan niet meer loopt’.
We citeren uit het boek ’40 jaar betaald voetbal’ van Theo Vincken en Baer Diddens de woorden van Jeu Sprengers:
“We hebben van die uitspraak in sportief opzicht voordeel van gehad. We werden overal als die leuke jongens uit Venlo onthaald. Zo van ‘O wat gezellig, daar komen ze…’ Het mocht van mij. Maar dat konden we natuurlijk niet vol blijven houden. Hoe dan ook we zijn er een tijdlang wel bij gevaren. Die houding hebben we kunstmatig in stand gehouden, maar eens is dat uitgewerkt. Bij alles moet men zich toch realiseren, dat de bestuurlijke organisatie van VVV wel serieus en professioneel moet zijn.”

Kapsones
In 1990 vond Jeu Sprengers het tijd worden om op te stappen. “Weet je, zodra de hond te veel op de baas gaat lijken of omgekeerd, moet je maken dat je weg komt. Ik had VVV een bepaald image gegeven, dat van gezelligheidsclub. Waarom? Omdat ik het nodig vond dat VVV geen kapsones kreeg. Daar had het de centen niet voor. Kapsones moet je kunnen betalen, dan mag je ze hebben. Op een gegeven moment keerde die aanpak zich tegen me. Toen was het tijd om te vertrekken.”

Bondsvoorzitter
Maar de bekwaamheden van Jeu Sprengers waren in de voetbalwereld niet onopgemerkt gebleven. Jeu Sprengers nam zitting in diverse KNVB-commissies, onder andere de financiële commissie. In 1993 werd Jeu gekozen tot Bondsvoorzitter van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond een functie die hij tot aan zijn dood met veel verve vervulde. Hij was bestuurslid van de UEFA en vervulde diverse functies die u in een kader op deze pagina aantreft.

Onderscheidingen
Jeu Sprengers vervulde ook diverse hoge maatschappelijke functies. Hij was een op en top bourgondiër die in 1973 Prins Carnaval in Venlo was en in 1993 ontving hij de Orde van de Gulden Humor die hem uitgereikt werd door een oud-trainer van VVV, Jean Janssen, de voorzitter van het SLV. Hij werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en hij ontving diverse hoge onderscheidingen uit vele landen. In 2003, bij gelegenheid van de opening van het gerestaureerde stadion, ontving Jeu Sprengers de gouden speld met diamant en werd Jeu benoemd tot erelid van ‘zijn’ VVV.
Ondanks al zijn drukke werkzaamheden kwam Jeu nog graag naar De Koel. Zijn hart lag nog altijd bij dat gezellige Venlose clubje. Bij zijn overlijden in 2008 hingen de supporters in het stadion een spandoek op met de tekst: ‘ôzze Jeu veur altiëd eine Venlonaer’. De voorzitter van de UEFA, Michael Platina, kwam speciaal naar Venlo om in het stadion op de middenstip bloemen te leggen bij een foto van Jeu. Vele belangrijke personen uit de voetbalwereld, met aan het hoofd Jef Blatter, de voorzitter van de FIFA, kwamen bij de uitvaart massaal naar Venlo om afscheid te nemen van deze bijzondere man, die veel voor VVV en het voetbal in het algemeen betekent heeft.

Erelid KNVB
Op maandag 8 december 2008 werd Jeu Sprengers tijdens de bondsvergadering van de KNVB postuum benoemd tot erelid. Diezelfde avond werd aan zijn zoon Rutger tijdens het Limburgs Voetbalgala postuum de United Limburg Award uitgereikt. Deze Award zal tevens in de toekomst de naam ‘Jeu Sprengers Award’ dragen.


De voetballoopbaan van rasbestuurder Jeu Sprengers
Geschreven door Marcel Abrahams voor De Buun
Venlonaar Jeu Sprengers (69) is vooral bekend vanwege zijn loopbaan in de voetbalwereld. De voormalige voorzitter van VVV bekleedt die functie tegenwoordig bij de Nederlandse voetbalbond KNVB. Een interview over zijn jeugd, zijn liefde voor de sport en besturen op hoog niveau. ‘Voetbal bindt mensen’.

Uw jeugd in Venlo begon op tragische wijze, want toen u vier maanden oud was overleed uw vader. Hoe kijkt u terug op die periode?
Jeu Sprengers: “Mijn vader, die slager was, stierf aan acute reuma. In die tijd waren de behandeltechnieken nog niet zo goed als nu, anders was hij niet zo vroeg gestorven. Ondanks die gebeurtenis heb ik een gelukkige jeugd gehad. Mijn moeder, die pas 23 was toen haar man stierf, en ik vonden onderdak bij opa en oma. Die woonden in de Maasbreesestraat in Blerick. Mijn moeder hertrouwde uiteindelijk met de Hout-Blerickse onderwijzer Sjaak Titulaer.”

Als kind was u geen begenadigde voetballer. Ervaart u dat als een gemis?
“Nee, daar heb ik nooit problemen mee gehad. Als jong ventje was ik al aan de corpulente kant, waardoor aan mij geen profvoetballer verloren is gegaan. Ik kon de bal maximaal drie keer hooghouden, en dan ook nog alleen bij gunstige weersomstandigheden. Ik was het jochie dat bij partijtjes altijd als laatste werd gekozen.”

U kon wél goed leren. Na de hbs studeerde u bedrijfseconomie. Vanwaar die keuze?
“Ik ben begonnen op de mulo, maar in de derde klas deed ik het zó goed dat ik direct door kon naar de vierde klas van de hbs. Ik had steevast goede cijfers voor vakken als economie, boekhouden en handelsrekenen. Thema’s als politiek en economie boeiden mij al op jonge leeftijd, waardoor het logisch was dat ik na de hbs bedrijfseconomie in Tilburg ging studeren. Mijn tweede vader had liever gezien dat ik het onderwijs was ingegaan, maar dat leek me helemaal niets.”

Al in uw studententijd bezocht u veel voetbalwedstrijden. De liefde voor het spel zat er al vroeg in?
“Absoluut, voetbal heeft altijd een belangrijke plek in mijn leven ingenomen. Ik ben nooit nerveus, behalve als VVV of het Nederlands elftal speelt. In mijn studententijd bezocht ik duels van onder meer Willem II, VVV en Feyenoord. Willem II heb ik jarenlang bedrogen, omdat ik met een vervalste perskaart op de tribune zat. Mijn oom Jan Hendrix was journalist bij De Gazet van Limburg, via hem had ik die kaart. Zijn foto had ik vervangen door de mijne, waardoor ik voor niets de wedstrijden van Willem II kon zien. Maar er verscheen daags na de wedstrijd nooit een stuk in de Limburgse krant! Toen Willem II honderd jaar bestond, heb ik die anekdote verteld bij de club. De mensen daar kwamen niet meer bij. Als goedmakertje heb ik ze een cheque van 150 gulden overhandigd, voor nooit betaald entreegeld.”

Op 35-jarige leeftijd werd u directeur van bouwbedrijf M & M. Geeft u graag leiding?
“Daarvoor was ik overigens ook nog directeur van metaalbedrijf Van de Loo. Ik ben iemand die graag met zijn neus voorop loopt, bovendien houd ik van organiseren. Dat was in mijn studententijd al zo, toen ik actief was binnen een studentenvereniging. Daar heb ik geleerd om me in het openbaar uit te drukken. In die studietijd heb ik tevens ontdekt welke kwaliteiten ik wel en niet heb. Ik ging om met talentvolle studenten, we hebben écht van elkaar geleerd. Zo trok ik dagelijks op met Herman Wijffels, oud-voorzitter van de Sociaal Economische Raad en tegenwoordig bewindvoerder van de Wereldbank. Tsja, en wat betreft die vraag over leidinggeven: of je dat kunt of niet, wordt vooral bepaald door je medewerkers. Zoiets moet ook in je zitten, leiderschap kun je niet forceren.”

Hoe werd u eigenlijk voorzitter van VVV?
“Dat is een lang verhaal. In 1976 vroeg de toenmalige voorzitter Jan Hovers aan mij of ik aan fondsenwerving voor de club wilde doen. Hovers en ik zaten bij dezelfde beugelvereniging, en op de achtergrond was ik al bij VVV betrokken. Ik bedacht de VVV-supportersobligatie, een instrument waarmee we 500.000 gulden ophaalden voor de club. Met dat geld konden spelers, waaronder de Duitser Lorenz Hilkes, worden gekocht. Nadat VVV eind jaren zeventig degradeerde naar de eerste divisie, vielen er wat financiële lijken uit de kast. Zo was de club vergeten om belasting te betalen over tekengelden, en waren er wat schulden bij partijen als de gemeente Venlo. In totaal had VVV een schuld van drie miljoen gulden, een groot bedrag voor die tijd. Een comité van tien man heeft toen puin geruimd, ik deed dat als een soort penningmeester. Na een jaar was de club schuldenvrij, en uiteindelijk werd ik voorzitter.”

U bent met tien jaar de langstzittende VVV-voorzitter in de historie van de club. Hoe kijkt u terug op de periode 1980-1990?
“Het was een prachtige tijd. Vanuit het niets promoveerden we in het midden van de jaren tachtig naar de eredivisie, waarin we onder trainer Jan Reker tweemaal vijfde werden. Bovendien haalden we de halve finale van de beker. Het absolute dieptepunt was het ontslag van Leo van Veen in 1988. Van Veen volgde Reker op, maar de ploeg draaide voor geen meter. De selectie, ooit een hechte vriendengroep, was verdeeld in twee kampen. Uiteindelijk moesten we Leo, die net een huis in Venlo had gekocht, ontslaan, waarop het bestuur van VVV in de media de zwartepiet kreeg toebedeeld. Dat was een zware tijd.”

In die periode kreeg u ook nog een hartinfarct.
“Ik maakte lange dagen en genoot volop van het leven. Dat moest een keer fout gaan. Na zes weken werkte ik echter alweer.”

VVV was eind jaren tachtig een subtopper op het hoogste Nederlandse niveau. Toch werd destijds niet de basis gelegd voor een stabiele eredivisieclub, een stap die concurrent SC Heerenveen later wél zou zetten. Waarom VVV niet?
“Hét breekpunt was het vertrek van trainer Jan Reker. We boden hem een gigantisch salaris, maar toch vertrok hij naar Roda JC. Achteraf is de keuze voor zijn opvolger Leo van Veen een verkeerde geweest. Hij was een Hollander, hij had een mentaliteit die op dat moment niet paste bij de vriendenploeg die we hadden. VVV presteerde niet meer, Van Veen moest weg, de club degradeerde en we konden opnieuw beginnen. SC Heerenveen was op dat moment een vereniging die onderin de eerste divisie speelde. Echter, in Friesland hadden ze ene Riemer van der Velde als voorzitter. Mede vanwege het voetbalverstand van Riemer is SC Heerenveen de club geworden die het nu is. Hij had vrienden met geld én het getrainde oog voor de juiste spelers. Of VVV ook zulke stappen had kunnen zetten? Achteraf zeg ik: ‘Ja, dat had gekund.’ Ik had eind jaren tachtig echter niet genoeg verstand van voetbal om het succes van VVV uit te bouwen. Ik was net begonnen in die wereld, ik had nog de korte broek aan.”

‘VVV raakt pas in paniek als het bier op is in De Koel.’ Die uitspraak heeft u lang achtervolgd.
“Ik wilde het succes van VVV relativeren. Waarom? Om de simpele reden dat opgeklopte verwachtingen kunnen leiden tot rottigheid. Als je als club gaat roepen dat je structureel mee wilt doen om Europees voetbal, en dat lukt vervolgens niet, dan loop je het risico dat supporters gaan muiten. Dat wilde ik voorkomen. Natuurlijk hadden we als bestuur onze ambities, maar die schreeuwden we niet van de daken. Mijn ‘bekende’ uitspraak hoor ik nog regelmatig terug. Ik was voor de UEFA eens in Azerbeidzjan, toen een voetbalofficial me plotsklaps vroeg of het inderdaad klopte, dat verhaal over VVV en dat bier. Prachtig toch?”

U was op een gegeven moment voorzitter van de Kamer van Koophandel, directeur van een bouwbedrijf én voorzitter van VVV. Hoe hield u de balans tussen werk- en privéleven intact?
“Ik ging gewoon door tot het draadje knapte, totdat ik dus een hartinfarct kreeg. Ik stond ’s morgens om zes uur op en kwam pas ’s avonds laat weer thuis. Afgezien van al mijn functies had ik ook nog een vrouw en drie kinderen. Uiteindelijk was er relationeel gezien dan ook sprake van een verwijdering. Als je me dus vraagt of ik alle uitdagingen in mijn leven op een succesvolle wijze heb afgerond, moet ik daar met een volmondig ‘nee’ op antwoorden.”

U maakte carrière in het voetbal. Als voorzitter van de KNVB en penningmeester van de UEFA reisde u stad en land af. Hoe ziet de wereld van het topvoetbal er achter de schermen uit?
“Bij de mensen bestaat misschien een bepaald beeld van het topvoetbal dat ik niet kan veranderen. Ik zie in ieder geval een gevaar opdoemen dat in de wielersport al wortel heeft geschoten: het niet beantwoorden van vragen die al langer leven. Concreet bedoel ik daarmee: spreek in alle openheid over zaken die spelen. Het topvoetbal is gebaat bij transparantie: eerlijke competities, heldere geldstromen, geen gesjoemel. Voetbal moet van het volk blijven.”

In een interview met Het Parool zegt u dat voetbal ‘de navel van de wereld is.’ Overschat u dan niet de waarde van het spelletje?
“Voetbal houdt iedereen bezig. Als voorzitter van de Kamer van Koophandel meende ik om de zoveel tijd eens iets belangrijks te moeten zeggen. De dag erna stonden er hooguit twee kleine kolommen in de krant. Als ik me als voorzitter van VVV uitliet over de club, beheerste dat nieuws de sportpagina’s! Voetbal heeft voor heel veel mensen een bijzondere betekenis. In Zuid-Amerika is het bijna een religie. Maar ook bij clubs als Glasgow Rangers en Liverpool stelt voetbal écht iets voor. Toen de legendarische voetbalmanager Matt Busby stierf en in Manchester begraven werd, werd ook het duel Manchester United-Everton gespeeld. Al die duizenden toeschouwers waren, ter ere van Busby, twee minuten muisstil. Het was een indrukkend staaltje van respect en liefde voor het voetbal. Voetbal is een gevoelskwestie. Instituties als de kerk en het verenigingsleven vallen weg, voetbal is één van de weinige zaken die mensen tegenwoordig nog binden.”

U raakte uw functie als penningmeester van de UEFA kwijt, omdat Michel Platini, de nieuwe voorzitter van de Europese voetbalbond, het u kwalijk nam dat u stemde op zijn concurrent Lennart Johansson. Deed dat pijn?
“Natuurlijk was dat teleurstellend. Toen Platini gekozen werd tot voorzitter van de UEFA, wist ik direct dat mijn rol bij de Europese voetbalbond zou veranderen. Achteraf denk ik: had Johansson, die toch al niet de jongste was, zich nog kandidaat moeten stellen voor het voorzitterschap van de UEFA? Maar ach, wat er gebeurde, was part of the game. Een politiek spel, meer niet.”

Welke personen in de voetbalwereld hebben de meeste indruk op u gemaakt, en waarom was dat zo?
“Via het voetbal heb ik Nelson Mandela ontmoet. Een indrukwekkende man. Onvoorstelbaar dat iemand, die zoveel jaar gevangen heeft gezeten, zó onkreukbaar is. Johan Cruijff moet ik ook noemen, hij is natuurlijk een voetbalgrootheid. En Lennart Johansson is een échte voetballiefhebber, maar bovenal een integere bestuurder.”

Nog even terug naar uw grote liefde VVV. Kan de club op termijn uitgroeien tot een stabiele eredivisionist?
“Absoluut, alleen is daarvoor wél de komst van een nieuw stadion nodig. VVV staat in heel Nederland bekend als een prettige club. VVV moet uitgroeien tot een merk, wat betreft marketing en sponsoring is er nog veel werk aan de winkel. Voorzitter Hai Berden en directeur Marco Bogers leveren met hun medewerkers goede prestaties. Met een uitgekiend beleid kan VVV absoluut meedraaien in de eredivisie. Een begroting van 12 á 15 miljoen euro is haalbaar.”

Wat wordt uw laatste kunstje voordat u als bestuurder de voetbalwereld vaarwel zegt?
“Ik wil, indachtig mijn rol als lid van de strategische commissie van wereldvoetbalbond FIFA, de eerste stap zetten naar één licentiesysteem voor het internationale topvoetbal. Dat houdt in dat alle clubs, waar ook ter wereld, aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen om een licentie te krijgen voor het spelen van profvoetbal. Per 1 januari 2008 maken sommige landen, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika, al op oriënterende wijze kennis met bepaalde regels. Ik ga ervan uit dat er over vijf jaar een sluitend licentiesysteem is voor het mondiale topvoetbal. Op die wijze wordt dat topvoetbal zéér transparant, en daar zijn alle liefhebbers bij gebaat.”

Jeu Sprengers werd op 24 mei 1938 geboren in Tegelen. Na zijn studie bedrijfseconomie in Tilburg (WO) bekleedde hij enkele leidinggevende functies in het bedrijfsleven. Bovendien maakte hij carrière in de voetbalwereld. Sprengers was tien jaar lang voorzitter van VVV en tevens bestuurslid en penningmeester van de Europese voetbalbond UEFA. De in Venlo woonachtige Sprengers is sinds 1993 ook nog voorzitter van de Nederlandse voetbalbond KNVB, en sinds vier jaar lid van de strategische commissie van wereldvoetbalbond FIFA.
Jeu Sprengers overleed kort daarna op 6 april 2008.

Jeu Sprengers 
* 24 mei 1938 - † 6 april 2008

1977-1980     Bestuurslid/penningmeester VVV

1980-1990     Voorzitter VVV-Venlo

1980-1990     Lid van diverse KNVB commissies

1993-2008  Bondsvoorzitter KNVB
1996-2000     Bestuurslid Europese voetbalunie (UEFA)

1996-2002     Bestuurslid East European Assistance  Bureau (UEFA)

1996-2002     Voorzitter bestuur Euro 2000

1996-2008  Voorzitter Stichting Sportcentrum Zeist

1998-2002     Lid Organizing Committee for the FIFA World Cup

2000-2007     Penningmeester UEFA

2002-2008  Voorzitter Stichting Euro 2000

2002-2008  Vice-voorzitter Euro 2004 TM

2003-2008  Voorzitter Stichting NeXXt 2005

2003- 2008  Lid FIFA Financial Audit Committee

2006- 2008  Voorzitter Stichting Euro 2007

2007- 2008  Bestuurslid Europese Voetbalunie