Koelkids Fanzone Fanshop Kaartverkoop Eredivisie live
Japanese website
RSS News Feed
vvvvenlo@Twitter

Het boekje van... Hans Soentjens

In het nieuwe jaar gaan vijf kernmensen van onze club weer een kijkje in de keuken geven. Dat zijn onze trainer Ton Lokhoff, directeur voetbalzaken Mario Captein, voorzitter Hai Berden, commercieel di...
Lees meer

Harrie Heijnen

Harrie Heijnen
Marcel Abrahams interviewde in 2005 Harrie Heijnen voor De Buun. Oud VVV-speler Harrie Heijnen, een keer international, debuteerde bij VVV in het seizoen 1959/60. In 1962 verkaste hij naar ADO, waar zeven seizoen speelde. Na een jaartje MVV kwam hij in 1970 terug naar VVV. Zijn laatste seizoen was 1972/73. Hij speelde 175 officiële wedstrijden voor VVV en scoorde 46 goals.

Haagse Jaren
Hoe voetballer Harrie Heijnen uitgroeide tot cultfiguur bij ADO

Door Marcel Abrahams
“Weet je wat ik nog het mooiste vind aan mijn tijd bij ADO?”, vraagt Harrie Heijnen. “Dat de spelers van toen elkaar nog steeds komen opzoeken.” Het is april 2005, en Harrie Heijnen vertelt in zijn woning in de Venlose Hertogin Isabellastraat over zijn periode als semi-profvoetballer bij het Haagse ADO (1962-1969). Een vriendenploeg, dát was het. Vrouw Riet (‘We zijn twaalf jaar getrouwd, maar al 32 jaar samen’) schenkt koffie in. Harrie 50, ADO komt eraan. Een vliegtuigje met een rood-groen dundoek erachter scheert over het huis van Harrie Heijnen, oud-international te Venlo-Oost. Het is de herfst van 1990, en Heijnen krabt zich even achter de oren. ’s Avonds wordt hij wederom verrast, dan door een bus die pal voor zijn huis stopt. De deuren gaan open, en voormalige spelers van het Haagse ADO als Dick Advocaat, Lex Schoenmaker en Aad Mansveld stappen uit. Ze willen samen met hun voormalige rechterspits diens verjaardag vieren. Het illustreert de populariteit van Heijnen, onlangs verkozen in het elftal van de eeuw van volksclub ADO, tegenwoordig beter bekend als ADO Den Haag. Heijnen: ,,Ze waren me niet vergeten, dat gebaar deed me heel veel. Komen al die Hagenezen over voor dat boertje uit Venlo. Prachtig toch?” De plakboeken gaan open, de loopbaan van Heijnen passeert de revue.

Debuut bij VVV
Harrie Heijnen wordt op 17 oktober 1940 geboren in de Venlose Nieuwstraat, als zoon van Jan en Thea Heijnen. Kostwinner Jan ‘Sjang’ Heijnen is oud-speler van VVV en boekhouder bij de Nedinsco-fabriek. Harrie heeft ook nog een broer, Willy, die inmiddels overleden is. Van jongsafaan is Harrie Heijnen verzot op voetbal. “Ik sliep bijna met dat ding, sleepte mijn bal overal mee naartoe. Het Venlose centrum kende weinig geheimen voor me. Naast het spelen van partijtjes met buurtgenoten was ik ook vaak alleen in de weer. Dan trapte ik tegen een muurtje en probeerde de bal goed aan te nemen. Een betere manier om balgevoel te kweken bestaat niet.’’ De talentvolle Heijnen gaat als jongeling voetballen bij Venlose Boys, maar komt al snel in de jeugdopleiding van VVV terecht. “En daarna ging alles vanzelf.” Op zijn zeventiende debuteert Heijnen in het eerste elftal van VVV, waar hij al snel de bijnaam ‘Mandje’ verwerft. Een overblijfsel uit zijn jeugd, want ‘Mandje’ is een dame van lichte zeden die in de oorlogsjaren rondzwerft in de buurt waar Heijnen het levenslicht ziet.

VVV degradeert in het seizoen 1961/’62 naar de eerste divisie, maar Harrie Heijnen voelt er weinig voor om een afdeling lager te gaan voetballen. Inmiddels is er interesse voor de jeugdige aanvaller. Het Haagse ADO blijkt het meest concreet. De club heeft Heijnen, in de persoon van de legendarische trainer Ernst Happel, al een paar keer geobserveerd in vertegenwoordigende teams. “In het verleden had de KNVB me al meermalen geselecteerd voor Oranje onder 16 of 18, waardoor scouts van verschillende profclubs me zagen spelen. Ik vond die uitjes met leeftijdsgenoten altijd geweldig. Op die manier reisde ik regelmatig naar de Randstad. Prachtig vond ik dat, want als jochie uit Venlo kwam je nooit in Amsterdam of Rotterdam.” Heijnen is door zijn niet aflatende werklust (hij speelt als rechtshalf of rechtsbuiten) en spontaniteit een graag geziene speler in vertegenwoordigende elftallen. Zo is hij goed bevriend met de Haagse middenvelder Guus Haak (later 14-voudig international), die zijn ploeggenoot wordt bij ADO en ook nog voor Feyenoord uitkomt. “Misschien had Haak mijn naam genoemd bij ADO, wie zal het zeggen. Ik zat verder in de selectie van het VVV-elftal dat in 1959 de KNVB-beker won, door een 4-1 zege op datzelfde ADO. Alles leek vanzelf te gaan.”

Transfer naar ADO
Hoe het ook zij, het bestuur van de Haagse club neemt begin jaren zestig contact op met de ouders van Heijnen, om te praten over een overgang naar ADO. En zo kan het gebeuren dat voorzitter Herman Choufoer en manager Eddy Hartman afreizen naar de Venlose Houtstraat, waar Heijnen destijds met zijn vader en moeder woont. “Mijn vader stuurde me naar boven en deed uiteindelijk zaken met Choufoer. Hij sleepte er een prima contract uit. Bij VVV verdiende ik op jaarbasis 6.000 gulden, bij ADO kreeg ik een salaris van 16.000 gulden. De wedstrijdpremies waren ook niet verkeerd: bij een zege in de competitie driehonderd gulden, een gelijkspel leverde de helft op. Voordat Choufoer akkoord ging, wilde hij eerst van mijn vader weten of ik vaak rookte of dronk. Toen die oude heer van mij ontkennend antwoordde, was de overeenkomst beklonken. VVV ontving 80.000 gulden voor mij.”

Heijnen komt bij ADO binnen op een moment dat de club geen vooraanstaande rol in de eredivisie speelt. De ploeg voetbalt al vanaf 1957 in de hoogste afdeling, maar eindigt steevast onderin de middenmoot. Aanvallend kan het elftal geen potten breken, vandaar dat de komst van een goede aanvaller als Heijnen wenselijk is. De club regelt meteen een gastgezin voor hem. “Ik kon ook in een hotel of appartement gaan wonen, maar daar had ik in eerste instantie weinig zin in. Ik wilde mensen om me heen hebben.” Uiteindelijk trekt Heijnen in bij de familie Wille: vader Wim, moeder Tiny en zoontje Paul. Wim en Tiny Wille bestieren een kruidenierswinkel op een paar honderd meter van het Zuiderpark, het stadion van ADO. ,,Het waren aardige, hardwerkende mensen. Ze zorgden goed voor me, waardoor ik me volledig op het voetballen kon concentreren. Pas na een paar jaar verhuisde ik naar een huisje in de Haagse wijk Bezuidenhout.”

Publiekslieveling
De eerste dag van Harrie Heijnen in Den Haag doet het nog altijd goed op feestjes en partijen. De aanvaller besluit vanwege het goede weer om even naar het strand te gaan. Heijnen: “Strand kende ik in Venlo niet, dus de pier van Scheveningen wilde ik wel even van dichtbij zien. Ik was 21 jaar, profvoetballer en in de kracht van mijn leven. De grote stad met al zijn verlokkingen oefende een enorme aantrekkingskracht op me uit. Eenmaal liggend in het zand viel ik in slaap. Toen ik wakker werd, bleek mijn witte lijf compleet verbrand te zijn. Uiteindelijk belandde ik met tweedegraads brandwonden in het ziekenhuis.” Heijnen kent weinig problemen om zijn plek te vinden in de spelersgroep van ADO, die voornamelijk bestaat uit mondige Hagenezen. “De voetbaltaal was toen ook al universeel. Ik deed enorm mijn best op de trainingen en werd snel opgenomen door de groep. ADO beschikte over een selectie met de juiste mix: technische spelers en hardwerkende jongens. Zo waren Mick Clavan en Carol Schuurman bijvoorbeeld begenadigde voetballers met een uitstekende wedstrijdmentaliteit.” Heijnen kan een aardig balletje trappen, maar weet ook wat hard werken is. Hij is als speler een type-Dirk Kuijt, niet geheel toevallig de huidige lieveling van het Feyenoord-publiek. ”De ADO-supporters sloten me snel in de armen. Het duel tegen PSV was mijn eerste thuiswedstrijd voor de ploeg. PSV kwam opdraven met grote jongens als Willy van der Kuijlen en Roel Wiersma. Ik begon nerveus, we kwamen ook nog eens met 1-0 achter. Als rechtsbuiten bestreek ik bijna de hele flank, het fel meelevende ADO-publiek aan de lange zijde moedigde me iedere keer weer aan. Ik kwam steeds beter in de wedstrijd, en op een gegeven moment schoot ik zelfs de 1-1 binnen. Het ‘Harrie! Harrie!’ klonk uit 30.000 kelen. Dat is eigenlijk altijd zo gebleven, zeven jaar lang. We verloren uiteindelijk met 3-1, maar ik had mijn visitekaartje afgegeven.”

Het Haagse leven
Ook buiten het veld vindt Heijnen snel zijn draai. Met zijn collega-aanvallers Kees Aarts (die later nog een interland speelt) en Lambert Maassen gaat hij geregeld de stad in, terwijl Carol Schuurman hem weleens meeneemt naar de ijshockeyers van HHIJC, destijds een Europese topclub. ,,In Den Haag ging er een wereld voor me open, er was zóveel te doen. Leuke kroegen, veel musea, een dierentuin, noem maar op.” Lachend: “Zelfs de koningin scheen er te wonen.” Aan het verkeer kan Heijnen maar moeilijk wennen. “Net nadat ik naar ADO getransfereerd was, kocht ik een Volkswagen Kever voor 3500 gulden. Ik dacht even de blits te maken in het Haagse verkeer, maar dat viel nogal tegen. Trams, auto’s: alles crosste maar door elkaar heen, ik had tien paar ogen nodig. Na drie maanden reed ik die Kever total-loss.” Op donderdagavond gaat de selectie van ADO steevast op stap. De spelers komen dan bij elkaar in café De Bierkelder, in het centrum van Den Haag. “Die avonden waren altijd goed voor de teamgeest. De groep trok toch al bijna dag en nacht met elkaar op. In De Bierkelder legden we een kaartje en dronken we ons pilsje. We spraken dan vaak over voetbal, de tegenstander van zondag werd uitgebreid geanalyseerd.’’

De jonge Heijnen heeft uiteraard ook oog voor het vrouwelijk schoon, hij is immers nog vrijgezel. “Voor profvoetballers was het ook in de jaren zestig al niet moeilijk om aandacht te krijgen van de dames. Zelf had ik in die periode af en toe een vriendinnetje, maar vergeet niet dat ik echt voor mijn sport leefde. Aan het einde van een lange trainingsweek keek ik geen meisje meer aan. Ik wilde fit zijn voor de wedstrijd. Ik kan me tegenwoordig nog steeds verbazen over berichten in de media over voetballers die stomdronken op de training verschijnen. Dan ben je toch niet goed met je vak bezig?’’ Heijnen moet ook wel gedisciplineerd leven, want hij is geen voltijds-voetballer maar semi-prof. In Venlo heeft hij op de lts gezeten en geleerd voor bankwerker, in Den Haag krijgt hij via ADO een baantje bij een bedrijf dat radiatoren vervaardigt. Dankzij ADO-voorzitter Herman Choufoer, die een hoge functie bij de PTT in Den Haag bekleedt, komt hij uiteindelijk bij het toenmalige overheidsbedrijf terecht. Daar leert hij ook zijn huidige vrouw Riet Meurink kennen, die in de koffiekamer werkt. Samen met zijn ADO-collega’s Kees Aarts en Lambert Maassen gaat Heijnen bij de PTT als technisch tekenaar aan de slag. Op linnen werkt hij modeltekeningen uit van ondergronds te plaatsen telefoonkabels. ”Ik werkte tot twee uur in de middag, dan sliep ik wat en ging ik om vier uur na de training. Een perfecte combinatie: eerst op kantoor, daarna op het veld.”

Veertig jaar na dato kent Heijnen het trainingsprogramma’s van ADO nog uit zijn hoofd. ,,Op de maandag na de wedstrijd moesten we van Happel aan Körperpflegung doen: in bad en daarna een massage. Op dinsdagmiddag trainden we vrij rustig, op woensdag moesten we gedurende twee sessies vol aan de bak. We deden dan aan gewichtheffen met Bram Charité (bronzen medaille-winnaar op de Olympische Spelen van 1948 in Londen, red.).” Na een korte pauze: “Op donderdag was er altijd een wedstrijd tussen het eerste en tweede elftal van ADO. Het tweede moest dan spelen zoals de tegenstander van zondag. Happel was met dat idee zijn tijd ver vooruit. Hij liet het tweede elftal exact zo voetballen als onze komende opponent, en wees ons dan meteen op diens zwakke punten. Na de training kwam de pers altijd even langs voor een praatje. De journalisten van Het Vrije Volk en de Haagsche Courant visten dan altijd naar onze opstelling, maar die gaf Happel nooit prijs. Op vrijdag trainden we ook nog één keer, terwijl op zaterdagmorgen een lichte sessie met veel afwerken op het programma stond.”

Band met Happel
Heijnen ontwikkelt gaandeweg een goede band met zijn Oostenrijkse trainer Ernst Happel, die tegelijk met hem gekomen is en zijn trainersloopbaan bij ADO begint. Later groeit Happel uit tot een internationale topcoach, die in 1983 met het Duitse HSV de Europacup voor landskampioenen wint. Als voetballer heeft Happel al een indrukwekkende palmares opgebouwd, als robuuste en tactisch zeer onderlegde libero van de Oostenrijkse ploeg. Heijnen: “Happel dwong respect af met zijn kennis van het spel. Met drie omzettingen kon hij een wedstrijd doen kantelen. Niet zelden kwam ADO door zijn ingevingen terug van een achterstand. Hij had alleen weinig geduld met spelers. Als hij ze niet goed genoeg vond, konden ze vertrekken. In mijn eerste jaar gooide hij er direct vier uit.” Op trainingen steelt Happel regelmatig de show. ”Hij deed na afloop van een oefensessie weleens een spelletje ‘latje-trap.’ Dan zette hij wat lege flessen op de lat en dan ging hij op de zestienmeter staan. En wat dacht je? Hij schoot ze er allemaal vanaf. Daarmee dwong hij onmiddellijk respect af bij de spelersgroep. Voetballers hebben toch een voorkeur voor een trainer die zelf op het hoogste niveau heeft gespeeld.”

Heijnen, de Nederlandse voetballer die het langst onder Happel dient, is zo ongeveer de enige ADO-speler die zijn trainer ook buiten het voetbal om ontmoet. “Als ik goed speelde, mocht ik met hem koffie gaan drinken in zijn favoriete uitspanning, aan de Lange Poten in Den Haag. Met zijn typische taalgebruik zei hij dan: ‘Liemboerger, hör mal zu. Am Sonnstag gehst Du langs die Linie und Du gehst ein vuurtje machen. Dann explodierst du in die sechzehn und dann gehen die tegenstanders er allemaal dran. Und wenn es gelingt, dann kommst du morgen bei der Wiener Konditorei in Poten langs. Ich sitze da jeden Tag, das weisst Du, und dann trinken wir zusammen eine Tasse Kaffee.”

ADO bloeit op
Mede door de komst van Heijnen en trainer Happel bloeit ADO medio jaren zestig op. De kleurloze middenmoter meldt zich steeds vaker in de subtop. In de zeven jaar dat Heijnen bij ADO speelt, eindigt de ploeg in de eredivisie twee keer als derde, twee keer als vierde, twee keer als tiende en eenmaal als zesde. Meerdere malen wordt kwalificatie voor Europees voetbal afgedwongen. Bovendien haalt de ploeg liefst vier keer de finale van de KNVB beker. Alleen in 1968 slaagt ADO erin die te winnen, door een 2-1 zege op Ajax in het eigen Zuiderpark. “We hadden een prima elftal met een vaste basis’’, herinnert Heijnen zich. ,,Luister maar eens naar de namen: Ton Thie stond in het doel, met voor zich de verdedigers Theo van der Burch, Jan Villerius, Aad Mansveld en Harry Vos. Op het middenveld voetbalden we doorgaans met Joop Jochems, Henk Houwaart en Piet de Zoete, voorin stonden Harrie Heijnen, Lambert Maassen en Kees Aarts. Later kwamen daar nog Lex Schoenmaker en de latere bondscoach Dick Advocaat bij. Ik speelde altijd in de basis, op één wedstrijdje na. Henk Houwaart had privé-problemen en moest verkocht worden. Happel vroeg of hij op mijn plek mocht spelen. Ik stemde toe, ging op de bank zitten, pakte de premie mee en Houwaart werd inderdaad verkocht.”
Naar goed voetbalgebruik hebben de meeste spelers ook een bijnaam. Heijnen, grinnikend: ,,Theo van de Burch was ‘de kanarie’, vanwege zijn haar. Piet de Zoete noemden we ‘Oortje’ vanwege z’n mooie oren. Jan Villerius heette ‘Sjeng’, omdat hij als een Limburger kon toepen. Ton Thie was ‘De Dominee’, maar waarom weet ik niet meer. Zelf heette ik ‘Mandje’ of ‘De Limburger’, dat was al gek genoeg.’’

De winnende tegen Ajax
Volgens de Venlonaar is zijn periode bij ADO de mooiste uit zijn voetballeven. De herinneringen aan zijn tijd in Den Haag zijn dan ook talrijk. Als meest memorabele wedstrijd voor ADO noemt Heijnen een thuisduel tegen Ajax, op 3 december 1967. “Ajax trad grotendeels aan met een ploeg die een paar jaar later drie keer op rij de Europa Cup voor landskampioenen zou winnen. Zo speelden Johan Cruijff, Wim Suurbier en Barry Hulshoff mee. Ajax stond tweede, wij derde, we waren halverwege het seizoen. Het bleef lang 0-0, totdat ik drie minuten voor tijd de bal na een hoekschop van Kees Aarts ineens op de slof nam: 1-0! Het stadion ontplofte bijna, uiteindelijk bleek het de winnende treffer te zijn geweest.”

Een paar maanden voor de wedstrijd tegen Ajax heeft ADO een financieel lucratieve zomertrip gemaakt naar de Verenigde Staten, waar de ploeg gedurende twee maanden deelneemt aan een mini-competitie met uitsluitend Europese ploegen. Onder de naam Golden Gate Gales speelt ADO zijn thuisduels in San Francisco. De ploeg werkt wekelijks liefst drie wedstrijden af, verdeeld over het land. Heijnen: ,,We zaten daar zonder onze vrouwen, en Kees Aarts was net vader geworden. Toen hij terugkwam zat die kleine van hem al bijna op de HBS. Maar we hebben ons verder uitstekend vermaakt daar. We kregen duizend dollar zakgeld, daar kon je destijds veel mee doen.” Een wedstrijd tegen het Engelse Wolverhampton Wanderers in San Fransisco staat Heijnen nog helder voor de geest. Het felle duel ontspoort volledig. “Beide ploegen speelden ongelooflijk hard. Dick Advocaat was wisselspeler, maar op een gegeven moment schopte hij uit balorigheid een emmer water de dug-out van Wolverhampton in. Die gasten waren zeiknat en sloegen Advocaat meteen een blauw oog. Daarna ontstond er een enorme kloppartij. Maar goed, de wedstrijd werd uitgespeeld en we wonnen met 1-0. Na afloop in de kleedkamer was onze manager Eddy Hartman woedend. ‘Jullie moeten je schamen’, riep hij. ‘Zo meteen komt onze sponsor hier, mister Flyerty. Nou, dan zullen we wat horen.’ Even later komt die Flyerty inderdaad binnen, helemaal door het dolle heen. ‘Well done boys! Fantastic!’ Die man had alleen maar van die vechtpartij genoten.”
Ook een stapavond in het Zwitserse Lugano staat Heijnen nog in het geheugen gegrift. “We waren daar voor een Intertoto-wedstrijd. We mochten van Happel niet op stap, maar dat deden we uiteraard toch. In een schouwburg scheen een groot feest te zijn, dus lieten we ons daar met taxi’s afzetten. Het was een dolle boel, op het einde van de avond klommen we nog het podium op om met wat artiesten mee te zingen. Helaas werd de avond live uitgezonden op de Zwitserse televisie, Happel had op zijn hotelkamer alles gezien. We kregen een dag later de wind van voren.”

Debuut in Oranje
Het absolute hoogtepunt van Heijnen gedurende zijn Haagse jaren is zijn uitverkiezing voor het Nederlands elftal. De troika Harrie Heijnen-Lambert Maassen-Kees Aarts speelt in de tweede helft van de jaren zestig dermate sterk, dat bondscoach Georg Kessler Heijnen en Aarts oproept voor Oranje. Het betreft een oefenduel tegen Oostenrijk. Voor beiden blijkt de wedstrijd op 18 juni 1966 in het Weense Prater-stadion de eerste en laatste cap. Debutant Heijnen wordt kritisch beoordeeld door de vaderlandse pers. Zelf vindt de alles-of-niets-rechtsbuiten, type Helmut Rahn, dat zijn zwakke punten te veel worden benadrukt. ,,Ik speelde niet geweldig, maar had toch een paar goede acties. Helaas werd ik nauwelijks fatsoenlijk aangespeeld. Later heb ik nog een paar keer bij de selectie gezeten, maar ik kwam nooit meer het veld in.” ADO heeft ook weleens een wedstrijdje weggegeven, aldus Heijnen. In 1968 speelt de club in een tijdsbestek van twee weken even zovele malen tegen Ajax: in de competitie én in de bekerfinale. Als Ajax in de competitie van de Hagenaars wint, heeft de Amsterdamse ploeg de titel op zak. Bij elk ander resultaat bestaat de kans dat PSV landskampioen wordt, waardoor Ajax in de bekerfinale voluit moet gaan om zich te plaatsen voor de Europa Cup voor bekerwinnaars. Heijnen: “‘Als Ajax kampioen wordt, kunnen ze het lekker rustig aan doen in de bekerfinale’, kwam voorzitter Choufoer ons vertellen voor aanvang van het competitieduel tegen Ajax”. ‘Laat die gasten maar winnen, de premie is geregeld’, zei hij nog. Enfin, wij het veld op, en na drie minuten kopt Kees Aarts een voorzet van mij binnen. Hij had nog nooit met zijn kop gescoord! De spelers in het veld keken elkaar verbijsterd aan. Vlak voor rust werd het echter 1-1, tien minuten voor tijd maakte onze laatste man Aad Mansveld hands en kwam Ajax op 2-1. Uiteindelijk won Ajax zoals afgesproken, niks aan de hand dus. Wij aan de champagne, komt Happel woedend de kleedkamer in. ‘Ich habe gestern toch gesagt dat wij mit drei-eins verlieren müssen!’ Wat was het geval? Happel had voor honderden guldens op de uitslag gewed! Tot aan zijn dood in 1992 is daar niet meer over gesproken.” Het afscheid Als Happel in het seizoen 1968/1969 zijn vertrek aankondigt, en Heijnens maatjes Aarts en Maassen met zware knieblessures het profvoetbal vaarwel moeten zeggen, vindt de Venlonaar het tijd om te vertrekken.

“Voetballend werd de ploeg minder sterk, er moest een nieuwe start gemaakt worden. Het werd voor mij tijd om een andere club te zoeken.” In zijn zeven seizoenen bij ADO scoort publiekslieveling Harrie Heijnen 62 doelpunten. Hij wordt door veel kenners gezien als een van de betere rechtsbuitens in de eredivisie, achter de ongenaakbare Sjaak Swart van Ajax. Heijnen vertrekt naar MVV, maar kan in Maastricht niet opschieten met trainer George Knobel. In 1970 keert hij terug in stadion De Koel, waar de routinier bij VVV zijn loopbaan in het seizoen 1972/1973 afsluit. In Venlo, waar ook zijn kinderen Petra en André worden geboren, bestiert Heijnen een drankenhandel en is hij als trainer werkzaam bij diverse amateurclubs. In Nederlandse voetbalkringen geniet hij nog steeds bekendheid als coach van de oud-internationals, een select gezelschap dat stad en land afreist om wedstrijdjes te spelen. Heijnen komt nog geregeld in actie voor de ploeg, waarvoor hij overigens al meer dan vierhonderd duels speelde. ”Ik ben nooit geblesseerd, dat was vroeger ook al zo. Een sterk lichaam en een ijzeren discipline, zullen we maar zeggen.”

Ofschoon Heijnen als geboren en getogen Venlonaar op zijn plaats is in het stedje van lol en plezeer, denkt hij nog regelmatig terug aan zijn tijd bij ADO. De kameraadschap, de mentaliteit, de mensen. “Hagenezen zijn veel directer, dat bevalt me wel. Als je aan een Venlonaar vraagt: ‘Zie ik je vanmiddag nog?’, zal hij antwoorden: ‘Misschien wel, je hoort nog van me.’ Een Hagenees zegt óf meteen ‘Ja, prima!’ óf ‘Nee joh, ander keertje.’ Dát is het grote verschil.”

 

1954 - 1955.
1953 - 1954.
1955 - 1956.
1956 - 1957.
1958 - 1959.
1960 - 1961.
1963 - 1964.
1964 - 1965.
1966 - 1967.