Menu

Van Ooijen wil zich ontwikkelen

zondag 9 september 2018

Zijn opleiding genoot hij grotendeels bij PSV. Maar echt doorbreken deed Peter van Ooijen daar niet. Na een jaar Go Ahead en drie seizoenen bij Heracles, koos hij deze zomer voor VVV-Venlo. “Hier kan ik me goed ontwikkelen. De club weet wat ze wil. We hebben een goeie trainer, met een duidelijke visie en een goed verhaal. En wat dacht je van Luc Nilis. Met zijn carrière als voetballer, daar kan ik denk ik nog veel van leren.”

Het balletje begon te rollen bij OJC Rosmalen. Een grote club in het amateurvoetbal, maar al snel te klein voor Peter van Ooijen. “Ik heb er maar twee jaar gezeten. Toen kwam FC Den Bosch al.” De 26-jarige aanvallende middenvelder verkaste weer drie jaar later, op 11-jarige leeftijd, naar PSV, waar hij uiteindelijk ook debuteerde in de Eredivisie.  Twaalf jaar speelde hij in het roodwit van de veelvoudig landskampioen, waaronder twee jaar bij de selectie. “Maar ik kwam niet verder dan een wedstrijd of zeven in het eerste elftal. Bij PSV begon de eigen jeugd in die tijd net wat meer kans te krijgen op speeltijd. Maar de concurrentie was zo gigantisch groot dat het me verstandiger leek om te vertrekken. Daar was Marcel Brands, de technisch directeur van PSV, het wel mee eens. ‘Jij moet sowieso gaan spelen’, zei hij. Dus kreeg ik de kans om naar Go Ahead Eagles te gaan.”

De gang naar Deventer was zeker niet onlogisch. Bij Go Ahead kende hij een prima seizoen. “Helaas zijn we dat jaar wel gedegradeerd. Maar het was een leuk jaar. Ik heb er een heel goeie vriend aan overgehouden, waar ik nog steeds veel mee omga, Wesley Verhoek. Verschrikkelijk mee gelachen. En nog steeds. Echt waar, die komt soms met uitspraken, dan lig ik te rollen op de grond. Echt huilen van het lachen. Daarom heb ik die jongen nooit meer losgelaten!” Hij grijnst.
Van Ooijen bleef, in tegenstelling tot zijn club, wel in de Eredivisie. “Ik kon naar Heracles en heb daar drie jaar gespeeld.” Met wisselend succes. Het eerste seizoen werden de playoffs voor Europees voetbal gewonnen en ging de club Europa in. Het tweede seizoen in Almelo was beduidend minder succesvol voor de Brabander. Hij raakte geblesseerd en was lange tijd uit de running. “En vorig seizoen speelde ik de eerste wedstrijden en daarna niet meer. Dus ik gaf rond de winterstop aan eigenlijk wel te willen vertrekken. De club wilde me liever houden, maar zou meewerken als er een interessante club zou komen. Dat gebeurde niet. Toen ging bij mij de knop om en heb ik geknokt om me weer in de ploeg te spelen. Met als resultaat dat ik na de winterstop zo’n beetje alles heb gespeeld. Dat gaf veel voldoening.”

Het overwinnen van zo’n tegenslag was goed voor zijn persoonlijke ontwikkeling. Dat geeft hij ook zonder schroom toe. “Ik heb er absoluut veel van geleerd. Vroeger werd ik nog wel eens opstandig als het tegen zat. Maar daar heb je eigenlijk alleen jezelf mee. Dat negatieve gevoel nam ik ook mee naar huis. Op zo’n momenten was ik echt niet om te genieten. Niet goed hoor. Ik bedoel, het is prima dat je baalt wanneer je niet speelt, maar andere mensen moeten daar geen last van hebben. Dat is gewoon niet netjes. Mijn toenmalige vriendin had daar wel begrip voor, trouwens.”

Na het geslaagde halve seizoen kon hij in Almelo blijven. “Bijtekenen was een serieuze optie, maar mijn gevoel zei me dat ik toch toe was aan iets nieuws.” Dat vond hij in Venlo. Hij had een gesprek met de trainer en met Stan Valckx. “Dat klikte eigenlijk meteen. Luc Nilis zit hier en daar kan ik denk ik enorm veel van leren. Ja, dat zijn dingen die een rol spelen. Als speler blijf je je ontwikkelen en moet je de kansen die je krijgt om dat te bereiken ook gewoon aangrijpen.” Met die gedachte in het achterhoofd tekende hij een contract voor twee jaar bij VVV.
Na een goeie voorbereiding en dito competitiestart zijn de verwachtingen ook bij Van Ooijen hooggespannen. “We moeten er gewoon in kunnen blijven dit jaar. We hebben een goeie groep, het niveau wordt elke training hoger. En we zijn natuurlijk goed begonnen aan het seizoen. We hebben vier zware wedstrijden gehad en toch al vijf punten verzameld. Dat is mooi en zegt ook wel iets.”

Wat hij van Venlo als stad vindt? Hij begint te lachen. “Ik ben eigenlijk nog geen enkele keer in de stad geweest. We rijden met vier man vanuit Brabant op en neer. Met Moreno vanuit Den Bosch en bij Geldrop stappen Seuntjens en Van Bruggen in. Ik kan je vertellen dat het wel gezellig is in de auto!”

 

mf2